Op stap

Het Paleis, Karst mist Kerst, Antwerpen, 13 januari 2019

Van en met: Jan Decleir, Mieke De Groote, Koen De Sutter, Sanne Samina Hanssen, Nico Sturm, Peter Van den Begin, Jonas Vermeulen

De acteurs staan klaar om hun eindejaarsshow te geven. Jan Decleir staat, al ruim voor de voorstelling begint, midden in de zaal te keuvelen met het binnenkomende publiek. Op het podium stemmen de muzikanten hun instrumenten. Kerstslingers en glitterdoeken versieren het podium. De verwachtingen zijn hooggespannen. Eindelijk heffen de muzikanten hun lied aan, maar halverwege loopt het mis. Waar de solo hoort te zitten, valt een pijnlijke stilte. Dat komt doordat Karst, één van de acteurs, er niet meer bij is. Zijn solo is enkel nog in gedachten te horen. Het gemis is groot. Toch proberen de spelers er nog het beste van te maken. Verdriet en boosheid liggen voortdurend op de loer. Toch is er maar één manier om met het verlies om te gaan: spelen, feesten, dansen, het leven vieren.

Met de betreurde Marc Van Eeghem in gedachten werd deze show voorbereid. Karst mist Kerst is dan ook een ode aan de vergankelijkheid, aan het ouder worden, aan het feit dat alles tijdelijk is.

Tjonge, wat hebben we gelachen, jong en oud, groot en klein... De hele zaal stond op z'n kop. Kinderen genoten, volwassenen evenzeer, van de klungeligheid waarmee de muzikanten kampten. Van Jan Decleir die, clichégewijs en toch uniek, zijn cimbalen op het verkeerde moment tegen elkaar aan kletterde. Van Nico Sturm, die pantomimegewijs met z'n eigen schaduw danste. Van Peter Van den Begin, die van een meisje uit het publiek de vraag kreeg waarom hij in zijn onderbroek op het podium stond ('Toen we dat bedachten leek het nog een goed idee'). Opnieuw van Jan Decleir, die nu als een uit de kluiten gewassen kindje Jezus 'Stille Nacht' toeterde op een tuinslang met trechter. Maar ook van de vele jonge dansers en ballerina's, muzikanten en showballet, kortom van alle toeters en bellen. De meest hilarische scène was wel die waarbij de acteurs tegen elkaar op begonnen te bieden over de grootte van hun verdriet, in heerlijke overdrijvingen: 'Vroeger kon men nog te voet naar Engeland, maar sinds ik begon te wenen niet meer', 'Mensen zijn al verdronken in mijn verdriet', 'Ik zette mijn verdriet op de beurs, maar daardoor crashte de beurs en toen had ik nog méér verdriet'...

Hoe zat het verhaal concreet ook alweer in elkaar? Oh ja, da's waar: er was geen echt verhaal. Er waren heel wat losse scènes, met filosofisch gemijmer en woordgrapjes, met clever bedachte oneliners, met dans en muziek, met heel wat visuele vondsten en een steeds hardnekkiger volgehouden feestgedruis. Het publiek werd aangemaand om aan het feestje deel te nemen. En of het een feest was!

*****

De Standaard, maandag 24 december 2018

Collega's eren Marc Van Eeghem met bonte revue: Requiem in majeur.

Door Filip Tielens

De ploeg van 'Risjaar Drei' verkast van Toneelhuis naar Het Paleis, maar één acteur ontbreekt. 'Karst mist kerst' is een theatrale ode aan Marc Van Eeghem, die een jaar geleden overleed. (...) Peter Van den Begin verzamelde een klein orkestje, een grote groep dansers van de Koninklijke Balletschool en kilometers glittergordijnen rond zich, voor dit afscheid in majeur van een van zijn beste theatervrienden: Marc Van Eeghem. Een jaar na diens swingende, maar diep ontroerende uitvaartplechtigheid in de Bourla, krijgt de vroeg gestorven chouchou van het Antwerpse theater een nieuw postuum eerbetoon - dat bovendien een maand lang volledig uitverkocht is in Het Paleis. De naam Van Eeghem mag dan nergens vallen in het stuk, doorheen de meeste scènes ademt het gemis aan hem. Het doel van Karst mist kerst is dus nobel. Maar levert het ook goed theater op? Het is een dubbeltje op zijn kant. De visuele vondsten zijn om door een ringetje te halen. Ze refereren aan de slapstick van Tommy Cooper - Van Eeghems held - of spelen een schaduwspel met aanwezigheid versus afwezigheid. Uit de verte komt zelfs een rouwstoet aan schrijden. Soms lijkt het net de film The Artist, maar dan in multicolour.

Op het vlak van komische timing moet je deze acteurs ook weinig leren. Vooral Jan Decleir steelt de show. Het is kostelijk om hem als bulderende fee te zien bungelen in de lucht. Of hoe hij moederziel alleen en halfnaakt als kindje Jezus in de kribbe ligt, blèrend dat iedereen hem vergeten is. De tekstuele intermezzo's die de revue structureren, kunnen niet tippen aan die visuele gags. Vanuit de foute veronderstelling dat de taal voor de kleine kinderen in de zaal zo eenvoudig mogelijk moet zijn, blijven de mijmerende groepsgesprekken hangen in vrij oppervlakkige gedachten over het leven na de dood of een spelletje 'om ter meest verdriet'. (...) We ontwaren wel de verschillende stadia van een rouwproces - van ontkenning tot verdriet, boosheid en uiteindelijk aanvaarding - maar echt diep snijden de emoties niet. De luchtige toon overheerst, onder meer in de massaballetscènes die vooral de feeststemming benadrukken. Het maakt van Karst mist kerst een warmbloedig en melancholisch, maar ook wat wankel afscheid van een vriend. De eindboodschap vat het doel mooi samen: zolang je voor iemand blijft zingen, gaat die niet écht dood.


Maelstrom, Brief aan mijn kind, Wilrijk, 3 mei 2018 (te bekijken sinds 26/11/2016)

Hoeveel recensenten zouden 's nachts badend in het zweet wakker schrikken, roepend: 'Verhip, ik heb hier geen mening over!' Zou dat wel eens gebeuren? Het overkwam mij bijna na het bekijken van 'Brief aan mijn kind', de voorstelling van het gezelschap Maelstrom die sinds november 2016 doorheen Vlaanderen reist.

Lang voor de voorstelling begint, stellen theatermakers Jorre Vandenbussche en Thomas Janssens hun publiek een thema voor. Met de antwoorden die zij ontvangen, brieven van ouders aan kinderen, bouwen zij de voorstelling op. Het spreekt vanzelf dat geen enkele opvoering helemaal hetzelfde verloopt als de vorige, of een volgende. Enkel de setting blijft vrijwel onveranderd: in een getimmerd decor, gedecoreerd met gloeilampjes en wasdraden vol brieven, neemt het kleine publiek plaats. Zodra de lichten worden gedimd, gaat Jorre druk aan het lezen. Hier en daar plukt hij brieven weg, schijnbaar willekeurig, van boven de hoofden van zijn toeschouwers. De passages die hij hieruit voorleest worden afgewisseld met wat zijn kompaan Thomas schreef aan zijn eigen kind. Af en toe weerklinkt er wat muziek, wat geruis op de achtergrond of korte fragmenten uit interviews.

De draagkracht van deze voorstelling hangt ongetwijfeld sterk samen met de boodschap die de toeschouwer er zelf aan geeft. Afhankelijk van de stemming waarin de luisteraar op het ogenblik van de voorstelling verkeert, zal hij/zij het resultaat ofwel begeesterend, beklijvend of ontroerend vinden, dan wel langdradig, eentonig of teneerdrukkend. Zelf was ik niet meteen in staat om wat ik zag en hoorde te verbinden aan de meest gepaste term. Vaak dacht ik: deze zin moet ik beslist onthouden! Telkens weer vaagden de vele zinnen die nog volgden hem dan weer uit. 'Sorry dat ik je op een wereld zette die smelt,' was er zo eentje. 'Een wereld waarin iedereen verbonden is door internet. En door schuld.'

Deze bedenking brengt mij bij de voornaamste bedenking waarmee ik na deze voorstelling kampte: qua krachtige statements, was dit allemaal een beetje teveel van het goede. Vaak zat ik nog een sterke zin te herkauwen, zodat ik telkens weer wegdroomde waardoor tal van andere quotes aan mijn aandacht ontsnapten.

'De toeschouwersbrieven fnuiken het ritme soms en verbleken tegenover de straffe brief van Janssens,' zei Els Van Steenberghe, theaterrecensent van Knack Focus hierover. 'Elke brief is een prachtige liefdesbrief aan een kind maar niet elke brief is een prachtig staaltje schrijfkunst. Ook al leest Vandenbussche die brieven zo goed en respectvol mogelijk voor en kiest hij voor de meest spitse, ontroerende of grappige fragmenten.'

In de loop van de voorstelling komt Ithaka ter sprake, het eiland waarvan Odysseus koning was en dat hij via zijn vele omzwervingen na afloop van de Trojaanse oorlog trachtte te bereiken. Mijn langzaam afgedwaalde aandacht flakkerde weer op. Een concreet, herkenbaar iets! Misschien zou weldra een climax volgen die alle losse eindjes aan elkaar zou knopen. Ook recensent Sander Janssens, van cultuurhuis De Brakke Grond (Amsterdam) dacht er zo over. Hij schreef hierover: 'Behalve een uiting van zorgen over de (toekomst van de) wereld, is Brief aan mijn kind ook een expliciete uitnodiging tot avontuur, een oproep tot het verlaten van de gebaande paden. Ithaka is het einddoel, dat is prima om in je achterhoofd te houden, maar zorg dat je er pas komt als je oud bent. Ga eerst op zoek naar tegenwind. Het is tegelijk een persoonlijk kleinood van een jonge vader en een bundeling levenslessen.'

Op de website 'Spotnik - Jongeren over kunst' schreef de jonge recensente Kate Dejonckheere: 'Heel vaak zag ik mensen herkenbaar knikken en ouders lachen naar elkaar, maar ook als jongere kreeg ik veel tips en wijsheid voor nu en later mee. Mijn favoriete stuk was het moment waarop Thomas Janssens een brief begon op te eten, wat voor verwarring en gelach zorgde bij het publiek. Al snel bleek dat het om een soort van zoete, eetbare papiervariant ging en de acteurs begonnen stukjes uit te delen. Meteen daarna volgden glazen water en gingen de acteurs enthousiast door.' 

De eigenlijke kern van de voorstelling leek mij ongrijpbaar; opgebouwd uit woorden die langzaam weer vervaagden zodra zij werden uitgesproken. Woorden die telkens van de baan werden gereden door andere, nog grotere woorden. Graag zou ik het geheel nog eens willen herlezen op papier, traag en na elke alinea even pauzerend.

***


'Was ik maar een xylofoonspeler, dan kon ik elke dag hout afkloppen.'

Wat volgt is een lappendeken van tekst, zang en muziek, ook een klein beetje dans. Alles weeft Maud Vanhauwaert door elkaar, tot de toeschouwer zichzelf verliest in een draaikolk van woord en beeld. De voorspelling zit boordevol humor, die niet zo hardnekkig wordt volgehouden dat het publiek meent naar een stand-upcomedian te kijken. Doorwinterde cabaretières als Els De Schepper en An Nelissen loeren vaak om de hoek, maar vergeleken met hen dient Vanhauwaert nog alles te leren. Wat zij doet, wordt erg subtiel uitgevoerd: een halve grimas, een ingehouden dansje, enkele fragiel gezongen nootjes... Het ene moment is zij zichzelf, een ogenblik later een performer.

Het vreemde aan deze voorstelling is dat Vanhauwaert echt alles wil proberen wat in haar opkomt: een koffertje waaruit zij spulletjes tevoorschijn tovert, bewijzen dat zij het volledige Van Dale woordenboek uit haar hoofd kan opdrammen, spelen op een bordkartonnen gitaar. Een kwisje, een anekdote, een dansje met zichzelf, keuvelen met haar twee muzikanten, voorlezen uit het nieuwste boek van Brusselmans, tijd voor een mop. En dan ook nog iets over genderneutraliteit, iets over verschillende man/vrouwlogo's zoals die op openbare toiletdeuren worden aangetroffen, iets over de lelijkste woorden uit de Nederlandse taal. Maud geeft graag toe dat ze in haar bisnummer - enkele noten op viool - meer werk heeft gestoken dan in de rest van de voorstelling samen. Dat is allicht een grap, maar misschien niet helemaal, want wat ze niet lijkt te vinden is een vaste toonaard, een ankerpunt, een rode draad. Wat Maud haar publiek aanbiedt zijn losse puzzelstukjes, maar niet van dezelfde puzzel. Ze is op haar best wanneer ze gedichten voordraagt, wat ze gelukkig ook regelmatig doet, maar ze leidt haar publiek daar graag bij af door visuele en auditieve effecten toe te voegen: een microfoon met stemvervormer, een rookeffect, haar bewegende silhouet op de achtergrond...

Zo ging deze voorstelling over alles en niks. Over een vrouw die hardnekkig haar veelzijdigheid wenst te tonen, begeleid door twee uitstekende muzikanten: Maud is sympathiek, Maud is charmant, Maud is ontwapenend. Maar vertrekken vanuit het geschreven woord kan soms ook al volstaan.

**

Maud Vanhauwaert, Mijn punt is eigenlijk, Herentals, 29 maart 2018

'Weet iedereen wie ik ben?' vraagt Maud Vanhauwaert zich meteen af bij aanvang van haar onewomanshow. 'Misschien zijn jullie geïnteresseerd in poëzie? Of misschien ben ik gewoon een onderdeel van jullie abonnement, dat kan ook.'

Anderhalf uur lang weet Vanhauwaert haar publiek te boeien. Niemand kijkt op z'n horloge, niemand geeuwt uit verveling. Het publiek is braaf en wacht stilletjes af, terwijl de dame op het podium in allerlei toonaarden tegelijk probeert te zingen.

De nieuwe stadsdichter van Antwerpen presenteert zichzelf door het voorlezen van drie verschillende bio's: een lovende (universitaire studies, dichtbundels, prijzen gewonnen...), een negatieve (34 en nog geen kind, enorm stressgevoelig, elke nacht negen uur slaap nodig of anders de hele dag humeurig...) en een persoonlijke (dochter van Pol Vanhauwaert en Daniëlle De Vydt, tweelingzus van Julie Vanhauwaert...).


Boeken en bubbels - Jean Blaute, Herentals, 28 januari 2018

Op 28 januari waren Jean Blaute en Gerda Dendooven te gast in de prachtige 15de-eeuwse lakenhal van Herentals om er te spreken over hun favoriete boeken. Of nee, dat is niet helemaal correct. Het was producer Jean Blaute die een aantal boeken toonde die hem ooit (of nog steeds) inspireerden, waarna illustratrice-schrijfster Gerda Dendooven uitgebreid de gelegenheid kreeg om haar 'eerste boek voor volwassenen', Tabac, aan te prijzen.

Blaute begon zijn uiteenzetting met het aantonen van zijn band met het stadje Herentals, door te vertellen over zijn grote idool uit de jaren 60, gewezen wielerheld Rik Van Looy. Over hoe hij dacht diens handtekening te bezitten, om pas jaren later te vernemen dat het eigenlijk diens vrouw was die destijds de foto's signeerde. Over hoe een Herentalsenaar er voor zorgde dat dit alsnog werd rechtgezet, zodat Blaute nu handtekeningen van Rik Van Looy én diens vrouw bezit.

De gepensioneerde producer bleek een begenadigd verteller, ondanks het feit dat de nasleep van een griepje hem bleef kwellen. Hij vervolgde zijn uiteenzetting met een schets van zijn jeugd, waarin De Witte van Sichem van Ernest Claes een belangrijke inspiratiebron vormde. Hij kreeg het boek ooit als prijs bij zijn uitmuntende rapport: "Dat was voor mij het begin van alles, van al mijn interesse in literatuur." Blaute nam zijn e-reader erbij: "Een aanvulling op het papieren boek, handig in bed, makkelijker voor onderweg én ook een goede hulp voor mensen die kampen met te kleine lettertjes." Vervolgens las hij een passage voor uit Willem Elsschots novelle Een ontgoocheling (1916), over Kareltje De Keizer, een jongen met een waterhoofd.

Vervolgens deed Jean Blaute zijn passage in het programma 'Winteruur' nog eens over (11 december 2017, zie link) door nog eens terug te komen op het werk van Michel De Montaigne (1533-1592), hoe hij een boek met diens essays cadeau kreeg van gewezen minister Steven Vanackere, en hoe hij dit boek chronologisch combineert met een historische neerslag over het leven van deze 16de-eeuwse schrijver.

Na het aanprijzen van een boek van Jeroen Brouwers ("Ik had in Brugge iemand horen spreken over Het goud, om pas in de boekhandel te ontdekken, gelukkig nog net voor ik op het punt stond naar deze titel te vragen, dat het boek in feite Het hout heet") en het voornemen om in de nabije toekomst nog het hele oeuvre van Brouwers te zullen lezen, toonde Blaute ons nog 'een kijkboek' van een Brugse collagekunstnaar, Sammy Slabbinck, die o.a de cover ontwierp van Leonard Cohens laatste cd.

Hierna mocht ook Gerda Dendooven, bekend als illustratrice, schrijfster van kinderboeken en echtgenote van typograaf Gert Dooreman, het podium betreden. Dat het onlangs verschenen Tabac haar eerste boek voor volwassenen is, bleek een misverstand. Onder het pseudoniem Polly Dewit bracht zij eerder immers al 'een bundel met bespiegelingen' uit (Pertinenties, uitgeverij Polis (2016), met een voorwoord van... Gerda Dendooven).

Tenslotte werd dus nog een tijdlang gepraat over haar recente boek Tabac, dat Jean Blaute - tot haar verbazing - zeer goed bleek te kennen, want 'met veel aandacht gelezen'. Dendooven vertelde over de aanleiding tot dit boek (een toevallige ontdekking tijdens opzoekwerk op internet: postmortale fotografie), de inhoud ervan (twee Belgische doden die pas na jaren werden geïdentificeerd in een Italiaans mortuarium), de titel van het boek (naar een van de personages met een kenmerkende lijfgeur). Verder had zij het over de ontspanning die nachtelijk treinreizen biedt, het doorknippen van de band met een angstige moederfiguur, de balans tussen realiteit en surrealisme. Om dit allemaal aan elkaar te kunnen knopen, zal men moeten overgaan tot het lezen van dit boek. Jean Blaute prees, langs de neus weg, de zeer precieze beschrijvingen van locaties binnen het verhaal: "De lezer komt een treincoupé binnen, waarna dan eerst zeer nauwkeurig elke hoek van deze plek wordt beschreven."

Tot slot van deze boeiende middag las Gerda Dendooven het publiek nog voor uit de eerste bladzijden van haar boek; een passage over een uiterst zware en pijnlijke bevalling. Een recensie van dit boek vindt u elders op deze blog.

****


Het Zuidelijk Toneel & hetpaleis, King Lear - Er waart een spook door het Rijk, Antwerpen, 30 november 2017 (voorstellingen van 09/11/17 tot 02/12/17)

Uit Koning Natte Dweil imponeert in King Lear, een recensie door Els Van Steenberghe (13/11/17, Knack Focus):

King Lear bulkt van de machtige scènebeelden, maar kreunt onder de politieke boodschap. 'Hij heeft het charisma van een natte dweil!', spot een van de schoonzonen van Koning Lear op een familiebijeenkomst. Dat regisseur Simon De Vos de quote recupereert waarmee Nigel Farage in 2012 voormalig Europees president Herman Van Rompuy schoffeerde, toont De Vos' insteek: hij wil jongeren niet alleen een van de mooiste stukken uit de Westerse toneelgeschiedenis laten kennen, hen ook een politiek geweten schoppen. Lukt dat? Grotendeels. (...) Het siert De Vos dat hij de ziektes van Europa zorgvuldig verweeft in dit stuk, maar door die politieke missioneringsdrang zakt het stuk in. Pas wanneer hij de politiek tot achtergrond maakt van de persoonlijke tragedies en terug stevig aanknoopt bij Shakespeares verhaal - en de tragische vader-kindrelatie, hervindt het stuk zijn vaart. (...) Dit is een urgente, heldere King Lear die jong én oud aanspreekt en wil aansporen tot politiek bewustzijn. Al is het jammer dat veel toeschouwers halverwege de voorstelling even als natte dweiltjes in hun zitjes gaan hangen terwijl de personages zich gedragen (of misdragen) als debatterende politici in een (Europees) parlement.

Uit Natte dweilen en groene haringen, een recensie door Filip Tielens (15/11/17, De Standaard):

Regisseur Simon De Vos weet het wel zeker: Shakespeares King Lear uit 1606 vormt een blauwdruk voor de huidige Europese malaise. Een welvarend imperium dat op instorten staat,een nationalistisch referendum ter afscheuring, zuiderlingen die klaarstaan om het land binnen te dringen... In zijn heldere tekstbewerking echoën de Brexit, Catalonië en de vluchtelingencrisis stevig door. (...) Die actualisering van De Vos is doorwrocht, maar voelt ook erg didactisch aan. Zo laat hij Lears dochters, die strijden om zijn opvolging, elk één strekking uit het politieke spectrum vertegenwoordigen: law and order, economische liberalisering en idealistisch activisme uit burgerbewegingen. Eerder dan mensen van vlees en bloed voelen zijn personages dan ook aan als omhulsels van ideologieën of schaakstukken op een politiek speelveld. Toch valt er geregeld te genieten van King Lear, zeker wanneer de persoonlijke drama's de bovenhand krijgen. De vorm evolueert op tweeënhalf uur tijd van een strakke politieke thriller naar een decadent slagveld vol lijken.

King Lear stichtte samen met zijn kompanen Gloucester en Kent het Rijk, over de oude grenzen heen. Maar de geest is uit de fles. Het zijn verwarrende tijden. Het Rijk kreunt onder het beleid van een oude mannen-generatie die hardnekkig de eenheid wil bewaren. Een jonge generatie stelt de idealen van het Rijk in vraag: het is buigen of barsten.Wanneer zelfs zijn drie dochters zich tegen de idealen van het Rijk keren, kan de zieke Lear dit ultieme verraad alleen maar persoonlijk nemen. Hij barst. En met hem het Rijk.

Na zijn succesvolle bewerking van Romeo en Julia onderzoekt Simon De Vos de huidige malaise van de Europese Unie aan de hand van King Lear. Hij maakt er een hedendaags, politiek steekspel van over ijdele machthebbers, grote idealen, persoonlijk belang, trouw en verraad.
Een complete scène wordt omgekeerd geacteerd: personages rennen achterwaarts over het podium, een stapel op de grond gevallen papieren lijkt zichzelf weer op te rapen, de muziek werkt hypnotiserend. Maar ook: een arrogant en bijzonder antipathiek personage brengt een theatrale versie van 'Oh! Darling' (The Beatles), complete chaos als na een uit de hand gelopen feestje, acteurs citeren scherpe oneliners die recht uit de actualiteit lijken te komen. Ziedaar een opsomming van de elementen die ik onthield uit deze voorstelling. Dat alles én de jongedame naast mij, die zich onder haar jas als onder een donsdeken en van gezelligheid haast leek in te dommelen.

Deze hedendaagse versie van 'King Lear' was bestemd voor tieners, ouder dan vijftien jaar. Vanaf het tweede middelbaar dus, wat mij een beetje te voorbarig leek. Dit stuk viel voor leerlingen van die leeftijd immers erg moeilijk te begrijpen. De vele actuele zaken die erin werden verwerkt, zouden voor jongeren allicht onduidelijk blijken. Vele volwassenen zouden ook al moeite hebben met het begrijpen van de verwijzingen naar de Brexit, de crisis in Catalonië of de hedendaagse vluchtelingenproblematiek, laat staan jongeren die zelden of nooit een kwaliteitskrant ter hand nemen, tenzij een leraar het hen verplicht. Zonder enige vorm van voorkennis kon dergelijke vertoning de jongste leerlingen dus weinig of niets bijbrengen. Gooi daar nog de expliciete vrijscène bovenop, gekoppeld aan een bijzonder brutale moord en het tonen van hoogmoedige decadentie binnen de politieke macht, en dan besluit ik dat deze voorstelling voor een publiek van middelbare leerlingen niet geschikt was. Het risico dat zij een afkeer zouden krijgen van theater zou te groot zijn.

Misschien zou ik dit stuk nog wel hebben aangeraden aan leerlingen die zichzelf daar volwassen genoeg voor achten, vijfde- of zesdejaars, om het dan in gezelschap van anderen (ouders of vrienden) te gaan bekijken. Bovendien zou ik hen daarbij dan adviseren om vooraf de verschillende personages door te nemen via de website van de schouwburg (zie link) en zichzelf op de hoogte te brengen van de voornaamste gegevens/politieke standpunten uit de actualiteit (conservatief versus progressief, 'fake news', 'global warming'...). Oh ja, en ook iets over minister Sven Gatz en het schrappen van subsidies binnen de culturele sector.

Let op, want ik wil niet ook weer niet al te negatief klinken. Ik heb immers ook volop genoten van enkele zeer geslaagde aspecten van deze voorstelling, zoals de muziek van Stijn Cole, de uitmuntende vertolkingen van Jan Hammenecker en Evgenia Brendes, de schitterende choreografie uit de openingsscène (Karolien Verlinden)... Deze zaken maakten deze opvoering, voor mij persoonlijk, nog zeker de moeite waard.

***


Foto boven: Tom Lanoye signeert zijn meest recente roman, Zuivering.

Foto boven: in de spiegeltent (15-16 uur) las auteur Arthur Japin voor uit zijn nieuwste roman Kolja.

Foto boven: op het oranje podium (16u-16u30) gaven auteurs Fieke Van der Gucht en Johan De Caluwe een korte lezing over de Atlas van de Nederlandse taal.

Foto boven: op het rode podium gaven drie uitgevers en een jonge, beginnende dichter een uiteenzetting over literaire tijdschriften.

Boekenbeurs Antwerpen, 4 november 2017

Op 4 november 2017 nam ik mijn dochter mee  naar de Boekenbeurs te Antwerpen. Sinds een vijftal jaren is dit de dag bij uitstek waarop vader en dochter gelijkgestemde zielen zijn. De dochter is elf en brengt haar vrije tijd steevast in de zetel door met boeken en strips. Haast dagelijks gaat zij op zoek naar vers leesvoer. Ze is lid van twee bibliotheken, waar zij al hele boekenrekken verslond. Zoals elk jaar zal ik ook nu weer toegeven aan zo'n vijftal nieuwe boeken die zij selecteert. Een week later zullen deze boeken alweer ergens in huis worden teruggevonden, uitgelezen en afgedankt. Ze zullen enkel nog eens worden herlezen wanneer een volgende uitstap naar de bib naar haar mening wat te lang uitblijft.

Nadat mijn dochter zich ook dit jaar weer de nodige boeken aanschafte (ze slingeren hier nog steeds rond: Het lastige leven van Léa Olivier, Het leven van een loser: gedumpt, Tracy Lacy is compleet kierewiet, Het coolste vriendenboek ter wereld, een strip van Jommeke en iets over voetbal voor haar broer), kon ik zelf mijn verlanglijstje eens bovenhalen. Het bracht ons achtereenvolgens - in een goed getimede choreografie - langsheen signeersessies van Griet Op de Beeck (Het beste wat we hebben), Arthur Japin (Kolja) en Maja Wolny (Zwarte bladeren).

Aangezien mijn dochter en ik net twee dagen eerder terugkeerden van een korte reis naar Warschau, was het vooral met deze laatste schrijfster interessant praten. Maja Wolny blijkt immers nog steeds, naar eigen zeggen deeltijds, in het oude stadsdeel van Warschau te wonen. Dit deel van de stad diende na de Tweede Wereldoorlog volledig te worden heropgebouwd. Mijn dochter en ik hadden er de ogen uit ons hoofd gekeken. Weinige pleinen zijn mooier dan het 'Rynek starego miasta Warszawa', de markt van het oude stadsdeel. Terwijl zij mijn exemplaar van haar boek signeerde, stelde de schrijfster mij gerust dat ik met de aanschaf van dit boek een prima keuze had gemaakt, aangezien het verhaal zich deels zou afspelen tijdens die vernieling en wederopbouw van Warschau. Terwijl zij mij dit alles vertelde, noteerde zij: 'Voor Bert, met vriendschap en liefde voor Warschau'. Ik ben daar blij mee.

Na deze signeersessies repten wij ons naar de spiegeltent, waar Arthur Japin net begonnen was aan een lezing over zijn nieuwste roman. Zonder ook maar één blik op de tekst te werpen, las hij het aanwezige publiek enkele passages voor. Na elke passage gaf hij wat meer uitleg bij de context, de inhoud van het boek, zonder evenwel de meest cruciale scènes te verklappen. De manier waarop de auteur voorlas, met al het acteerwerk dat daarmee gepaard ging, was zonder meer indrukwekkend. Japin bracht zijn tekstflarden werkelijk tot leven. De hele zaal keek ademloos toe. Iedere aanwezige nam de woorden nauwgezet in zich op. Aan het eind van de middag, wanneer ik Japin eenzaam achter een signeerdesk aantrof en de meeste mensen al naar huis waren, vroeg ik hem hoe hij dat voor elkaar had gekregen, hele passages zomaar letterlijk uit het hoofd voor te dragen. 'Oh, ik geef zo vaak lezingen over mijn werk,' reageerde hij vriendelijk. 'Gaandeweg wordt zoiets een routineklus.'

Na Japins lezing begaven mijn dochter en ik ons zo snel mogelijk naar het oranje podium, waar een spreker zich tien minuten extra spreektijd permitteerde over een boek vol flauwiteiten (Hoe nutteloze dingen je leven fleuriger maken, door David Demaerschalk). Nadat de overijverige man eindelijk werd afgevoerd, kwamen de Vlaamse redactieleden van de Atlas van de Nederlandse taal aan bod, Fieke Van der Gucht en Johan De Caluwe. Zij stelden kort hun boek voor, spraken over de taalkundige moeilijkheden die zich bij de totstandkoming van dit boek hadden voorgedaan, zoals talrijke misverstanden tussen de Vlaamse en Nederlandse redacteurs. Verder werden kort ook enkele hedendaagse fenomenen aangestipt, zoals de groeiende dominantie van tussentaal, het verdwijnen van het lidwoord 'het', enz... Na afloop stelde ik de heer De Caluwé nog de vraag in hoeverre beide edities van het boek - de Vlaam-se en de Nederlandse - van elkaar verschillen. Hij verzekerde mij dat ik aan één van beide versies genoeg heb. De verschillen zitten 'm namelijk in details, zoals o.a quotes van BV's die in Nederland niet gekend zijn.

Aan het eind van de namiddag, zodra merkbaar werd dat het grootste deel van de bezoekers huiswaarts was gekeerd, bekeken wij nog een lezing op het rode podium. Van 17 tot 18 uur werd daar nog een uiteenzetting gegeven rond literaire tijdschriften. Deze lezing werd grondig verstoord door het lawaai bij de start van een wielerwedstrijd (de Belcanto Classic) doorheen de verschillende standen. Wij probeerden ons te concentreren op de vier sprekers. Hun namen begreep ik niet, dus die zocht ik noodgedwongen nog eens op na afloop. Moderator van deze lezing was Maud Vanhauwaert, redactrice bij het literaire tijdschrift DW B. Zij interviewde een collega-redacteur van het tijdschrift nY (wiens naam ik niet heb kunnen achterhalen), Rudy Vanschoonbeek (oprichter van Uitgeverij Vrijdag) en Yannick Dangre, een beginnen schrijver-dichter. Wat we onthielden, is dat er in Vlaanderen momenteel tien literaire tijdschriften bestaan, met Nederland hierbij opgeteld dertig. Indien ik het goed begreep, doen deze tijdschriften vooral dienst als opstapje voor beginnende auteurs en dichters, die zaken kunnen inzenden die zo mogelijk een platform vinden om hun resultaten gepubliceerd te zien. Aan dergelijke tijdschriften, zo werd gesteld, wordt door niemand iets verdiend. Hoewel zij zowel qua inhoud als uitzicht een uitstekende kwaliteit bieden, blijkt het werk dat in deze publicaties kruipt doorgaans op vrijwillige basis te gebeuren, quasi - of volledig onbezoldigd. Op de redactie van dergelijke tijdschriften wordt vaak ontzettend veel werk verricht, zoals het herhaaldelijk corrigeren of herwerken van ingezonden teksten. De auteurs in kwestie mogen daar blij om zijn. Auteur Yannick Dangre meent dat deze literaire tijdschriften prima dienst doen als barometer: zodra zij interesse begonnen te tonen in teksten die hij hen toestuurde, begonnen de grote uitgeverijen dit ook te doen. Hij beschouwde dit als een teken dat hij stilaan het beoogde niveau begon te bereiken.

Hiermee kwam een einde aan ons dagje op de Boekenbeurs. Volgend jaar zijn mijn dochter en ik vast weer opnieuw van de partij.

*****


Boekvoorstelling Peter Geelen, 15 oktober 2017: Nauwelijkse oevers - Gedichten 1982-2017, uitgeverij aquaZZ Arnhem

Op 15 oktober was ik in Mol-Ezaart aanwezig op de voorstelling van het achtste boek van Peter Geelen, de dichtbundel 'Nauwelijkse oevers'. In 2006 debuteerde deze auteur bij uitgeverij Kramat met 'De paarse ruiter', het eerste deel van een historische trilogie over de Tempeliersorde. 'Het gif van Vienne' en 'Vuurdood' vervolledigden in 2007 en 2008 deze trilogie. Hierna werden Geelens projecten wat minder ambitieus qua omvang, met romans als 'Volbracht', 'Zittend naakt' en het mysterieuze 'De tijd voorbij'. Het voorlopige hoogtepunt uit het oeuvre van deze auteur verscheen in september 2016, met de verrassende roman 'Vincent' over het leven van Van Gogh.

Sinds kort is de auteur, naar eigen zeggen, vertrokken bij uitgeverij Kramat. Over de reden voor dit vertrek wil hij niet teveel kwijt, al laat hij doorschemeren dat deze scheiding niet helemaal vlekkeloos is verlopen. Gelukkig vond hij alweer onderdak bij de Nederlandse uitgeverij aquaZZ te Arnhem, waarbij hij aldus deze dichtbundel uitbracht. Deze bloemlezing bevat zowat alle gedichten die de auteur gedurende de voorbije 35 jaar bij elkaar schreef. Met 345 bladzijden en bijna evenveel gedichten is dit dan ook best een dik boek geworden. Een eerste lezing doet vermoeden dat de kwaliteit van de poëzie eerder wisselvallig is. Hoe dan ook sluiten deze gedichten aan bij de lange traditie van naoorlogse, klassieke poëzie, met voorbeelden als Anton Van Wilderode, Lucebert of zelfs de nog jonge Hugo Claus. Op deze boekvoorstelling werden een aantal gedichten voorgelezen door personen die de auteur daartoe had uitgenodigd.

Omdat ik Peter Geelen vrij goed ken, stelde hij voor om een exemplaar van zijn boek te ruilen voor mijn cd (zie foto). Hij signeerde zijn dichtbundel vervolgens met de woorden: 'Dichten is openen - Voor Bert, van harte, Peter'.

**


Ultima Thule en Zefiro Torna, B.I.G., CC Berchem, 12/10/2017

'B.I.G.' is een voorstelling over groeien. Over de vanzelfsprekendheid ervan, vanaf het moment dat men geboren wordt. Over lichamelijk groeien, maar ook over intellectueel groeien. Over hoe iedereen groeien vanzelfsprekend vindt. Over hoe er steeds meer normen opgelegd worden, grenzen verlegd.

Eén pop, gemanipuleerd door drie acteurs, groeit maar raak. Tot ze bijna niet meer beheersbaar is.

In 2013 maakte regisseur Sven Ronsijn samen met Zefiro Torna de voorstelling Nerf. Deze voorstelling was gebaseerd op de Metamorfosen van Ovidius. Ook voor B.I.G. vormden deze Metamorfosen de inspiratiebron. De auteur herwerkte de verhalen niet, maar gebruikte ze als vertrekpunt voor het verwoorden van een gedachte, een verhaallijn. De twee verhalen waarop de auteur zich baseerde, komen beiden uit het eerste boek van de Metamorfosen: Daphne en Apollo (waarin Cupido en Venus er voor zorgen dat de hoogmoedige Apollo Daphne blijft achtervolgen tot zij verandert in een laurierboom) en Phaeton (die stiekem besluit met deze wagen van de zon te rijden en zo ongewild de woestijnen doet ontstaan, alvorens door Zeus te worden neergebliksemd). Beide verhalen gaan over hoogmoed en val. Sven Ronsijn combineerde beide ideeën om er een hedendaags verhaal van te maken, geprojecteerd op het hoofdpersonage maar bij uitbreiding ook op de hele maatschappij. We zien hoe het hoofdpersonage ontstaat, opgroeit in een doorsnee gezin, alles heeft wat nodig is. De mogelijkheden zijn oneindig en de verwachtingen groot: "Kies maar! Wat wilt ge? Ge moogt kiezen, hé. Ge zijt vrij. Wat gij wilt. Wat wilt ge. Gij beslist. Niet nu, nee. Niet rap rap. Maar we moeten 't wel weten."

Dezelfde twee verhalen uit de Metamorfosen vormden ook de inspiratie voor de muziek: Zefiro Torna koos voor aria's uit La Daphne van Marco da Gagliano (1608), Daphne e Apollo van Georg Friedrich Haendel (1709-1710) en Phaéton van Jean Baptiste Lully (1683). Maar parallel met de groei van het hoofdpersonage, de ontwrichting, het buitensporige, wordt ook de muziek steeds meer vervormd.

Tijdens een lange scène waarin het hoofdpersonage inscheept, ligt de focus volledig op het bootje, Hoewel we het hoofdpersonage niet zien, verandert diens karakter volledig tijdens de reis. Wanneer hij zijn doel bereikt heeft, heeft zijn lichaam buitengewone proporties aangenomen. Hij heeft één arm en een paar dunne benen die zijn dikke lijf niet meer kunnen torsen. In de laatste scène wordt een feestelijke tafel gedekt voor één persoon. Vingers willen het eten van het bord nemen, maar zijn zo groot en onbeheersbaar geworden dat ze alles vernielen. De muzikanten zingen: "Tu vas tomber! Ah! Quel oracle! Quelle horreur! Je me sens frémir d'horreur" (Jean-Baptiste Lully, Phaëton, Act 1 - scene 8).

De vernieling is totaal. Het personage heeft alles en iedereen rondom zich, maar ook zichzelf, vernield.

**